Nieuws

Werkbezoek minister Grapperhaus en staatssecretaris Keijzer: Winkeliers tevreden met eerste dag veilig winkels open

De winkels in Nederland zijn sinds deze week weer ‘open met beperkingen’ en nog niet ‘onbeperkt open’. Reden voor minister Grapperhaus en staatssecretaris Keijzer om winkeliers een hart onder de riem te steken en met eigen ogen te zien hoe goed en veilig winkelen sinds deze week (weer) mogelijk is. Met bekende beperkingen als 1,5 meter afstand, drukte vermijdend, mondmasker en mandjes. En met de nieuwe voorlopige regel: 1 klant per 25 m2. Dat is nog wennen voor klanten en zorgt voor minder mensen in de winkel dan voorheen en mogelijk wat langere rijen voor de deur. Er zijn mede daarom ook meer medewerkers en stewards voor het “toezicht op naleving” aan de deur en op straat. De geactualiseerde protocollen - die goed werkten tussen april-december 2020 - werken echter ook nu weer goed in de praktijk. Het devies blijft echter de komende maand nog steeds: Bereid je winkelbezoek voor, kom voorlopig echt nog zoveel mogelijk alleen en respecteer de voorgeschreven maatregelen. We zijn samen een stap verder naar een open samenleving, maar het is nu ‘open met beperkingen’ en nog niet ‘onbeperkt open’.

Doordat verder de horeca het terras weer open mag doen van 12.00 uur tot en met 18.00 uur, komt de binnenstad langzaam weer tot leven. Winkeliers hopen uiterlijk begin juni allemaal weer terug kunnen naar de norm van 1 klant per 10m2 en enkele weken later eenzelfde open zomer kunnen beleven met elkaar als vorig jaar, op een veilige manier. En als de restaurants openen in stap 3 van het openingsplan, zal ook de verkoop van alcohol tot reguliere sluitingstijd weer mogelijk worden en komt ook een einde aan de sluitingstijd van 20 uur voor niet-essentiële winkels. Daarna zal na de zomer de balans worden opgemaakt wordt gekeken hoe we weer terugkomen naar winkels en centrumgebieden zonder de basisbeperkingen. Tot die tijd gelden sowieso dezelfde regels voor gevaccineerden en niet-gevaccineerden. Winkels maken geen onderscheid en ook 'testen' voegt geen waarde toe, maar begrijpen winkeliers dat in niet-doorstroomlocaties dat waardevol kan zijn.

En verder?

De detailhandel is met 880.000 mensen de grootste particuliere werkgever in Nederland en vormt de kern van vitale stadscentra, dorpskernen, wijkcentra en buitengebieden. 45% van de werkgelegenheid in de detailhandel wordt gegenereerd door bedrijven groter dan 50 medewerkers en deze bedrijven zijn verder verantwoordelijk voor 61% van de totale omzet. Het zijn dus juist de filiaalbedrijven c.q. formules die de ruggengraad vormen van en structuur geven aan vitale stadscentra en dorpskernen. Een proportionele tegemoetkoming in de daadwerkelijk geleden schade van de afgelopen weken - waarin we gedwongen werden onze deuren te sluiten - is rechtvaardig en nodig om werkgelegenheid te behouden en de basisstructuur te stutten / tegemoet te komen. De huidige regelingen werken redelijk voor zelfstandige winkeliers, maar nog niet voor filiaalbedrijven. Het kabinet kijkt op dit moment naar de opties om voor een eerlijke tegemoetkoming te zorgen.en deelt met winkeliers het gevoel van onrechtvaardigheid dat een mkb-ondernemer of franchisenemer tot 30,6% van de weggevallen omzet als tegemoetkoming krijgt tot een maximum van €850.000 voor het eerste kwartaal, en dat een vestiging van filiaalbedrijf met 100 filialen van dezelfde formule het moet doen met slechts €9.000 voor hetzelfde kwartaal.

Winkeliers zien vol vertrouwen de zomer tegemoet. Er was sprake van significante onderconsumptie de afgelopen maanden. We moeten bezien hoeveel daarvan alsnog wordt gegund aan winkeliers door de Nederlandse consument. Het kabinet kan daarbij helpen door de Nederlandse consument zo snel mogelijk meer zekerheid te bieden over haar/zijn financiële situatie en haar/zijn verwachtingen ten aanzien van de economie in het algemeen. Dit ondersteunt het consumentenvertrouwen. Dat gebeurt het beste door snel een nieuw kabinet te vormen dat aan consumenten én ondernemers zekerheid en rust biedt. Herstel is eerst nodig voor weer verder te kunnen gaan.

De overheid kan verder helpen door de regierol in het complexe veld van een centrumgebied nog steviger op te pakken. “De binnenstad” heeft de reuring van winkels, horeca en cultuur nodig om het hart van een lokale samenleving te zijn. Dat vraagt om een regie op de omvang en samenstelling de benodigde verzorgingsstructuur. De afgelopen decennia was een gewenste omvang eerder het uitgangspunt en is op veel plaatsen teveel gebouwd. Door de enorme vraag naar woningen wordt de benodigde transformatie echter eenvoudiger. Het is echter nog steeds een complex veld met erg veel belanghebbenden, zoals bijvoorbeeld ook de binnenstadsbewoners, parkeerbeheerders etc. Bij uitstek is daar een regierol voor de centrale overheid weggelegd voor een houtskoolschets van de benodigde omvang in Nederland en dezelfde gedeelde feiten / data en kennis, en de uitvoering daarvan en maatwerk in de regio’s door provincies en gemeenten samen. Dagelijkse boodschappen doen, doe je lokaal en gezellig winkelen steeds vaker regionaal.

Ed van de Weerd, voorzitter van de Raad Nederlandse detailhandel op werkbezoek in Den Haag met minister Grapperhaus en staatssecretaris Keijzer

Zie ook artikel in AD en bijbehorende video (link)